Zondagavond 7 juni   

HC Zondag 15: vraag en antwoord 37, 38, 39

Vraag 37: Wat verstaat gij door het woordeken: Geleden?

Antwoord: Dat Hij aan lichaam en ziel, den gansen tijd Zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde Zijns levens, den toorn Gods tegen de zonde des gansen menselijken geslachts gedragen heeft, opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierve.

Vraag 38: Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden?

Antwoord: Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijken rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijde.

Vraag 39: Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware?

Antwoord: Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking die op mij lag, op Zich geladen heeft; dewijl de dood des kruises van God vervloekt was.


Thema:
De Levensvorst onder:

1. Gods toorn: Gethsemane

2. Gods oordeel: Gabbatha

3. Gods vloek: Golgotha

 

Liturgie:

Psalm 26: 8, 9, 10

Psalm 26: 11, 12

Lezen: Lukas 24: 13-35

Psalm 69: 3, 4

Psalm 69: 5, 12

Psalm 69: 13

 

Citaat: Citaat: Christus ‘verhoogd’ en op Golgotha tot schande gemaakt, is de ladder waardoor de christenen het ‘allerheiligste binnengaan”. J.C. Ryle.

 

Geloofsbelijdenis: art. 21a NGB:

Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwige Hogepriester is, met ede, naar de ordening van Melchizédek, en Zichzelven in onzen naam voor Zijn Vader gesteld heeft, om Zijn toorn te stillen met volle genoegdoening, Zichzelven opofferende aan het hout des kruises, en vergietende Zijn dierbaar bloed tot reiniging onzer zonden, gelijk de profeten hadden voorzegd. Want er is geschreven dat de straf die ons den vrede aanbrengt, op den Zone Gods was, en dat door Zijn striemen ons genezing is geworden; Hij ter slachting geleid is als een lam; met de misdadigen gerekend; en als een kwaaddoener veroordeeld door Pontius Pilatus, hoewel hij Hem onschuldig verklaard had. (…)

 

Leestip:

Jesaja 53 (Lam van God)

Markus 8: 27-38 (Een Goddelijk ‘moeten’)

Galaten 3: 1-18 (vloek van de wet)

 

Gespreksvragen:

1. Waarom gaat de HC van de geboorte van Christus (HC 14) meteen over naar het lijden en sterven van Christus (HC 15)? Is het niet belangrijk voor het geloof te weten wat Christus 33 jaar op aarde heeft gesproken en heeft gedaan?

2. De Heere Jezus wees geen zondaren af. Al de tollenaren en de zondaren naderden tot Hem. Maar toch heeft Hij geleden bij het moeten aanschouwen van hun zondenpraktijken. Waarom? Beseft u/jij wat het voor Hem betekent als Hij ziet dat u of jij zondigt?

3. God is liefde. Hoe kunnen we dat spreken over de toorn van God?

4. Waarom is Christus het enige ‘zoenoffer’ ? Er waren toch zoveel zoenoffers in de tabernakel en tempel gebracht?

5. Waarom moest Christus door Pilatus worden veroordeeld? Waarom was het dus niet voldoende dat Hij door de Joden zou zijn gestenigd of van een steile berghelling zou zijn geduwd?

6. Christus heeft de ‘zonde der wereld’  weggedragen. Waarom niet de ‘zonden’ (meervoud) van de wereld? Lees in dit verband Johannes 1: 29.

7. Waarom moest Christus ook de kruisdood sterven? Lees in dit verband Galaten 3.

8. Waarom hebben we gelezen uit Lukas 24 (verschijning aan de Emmausgangers)?

9 Johannes Teellinck (De levendmakende kracht van Gods beloften) houdt ons voor: “Hangt uw hart nog aan kostbare kleding? En kunt u uw hart niet losmaken van een mooi pak of een prachtige jurk naar de nieuwste mode, bedenk dan en geloof dat de Heere u in Zijn beloften het kleed van Christus’ gerechtigheid aanbiedt. Daarmee wordt de naaktheid van uw ziel bedekt”. En, hoe is dat bij u?

10. De vrucht van Zondag 15 moet zijn: ‘Hij voor mij daar ik anders…’. Geef eens enkele voorbeelden van deze vergelijking uit het formulier van het Heilig Avondmaal?

 

Voor de jongste kinderen:

1. De Heere Jezus moest lijden in een hof met de naam G………………..

2. Voor welke rechter moet de Heere Jezus verschijnen? Antwoord: a) Nero, b) Augustus, c) Pilatus.

3. Sterven door een kruisiging doet vreselijk veel pijn. Maar het is ook een door God verv……………….. dood.

4. Leg eens uit wat ‘zonde’ is. Doe jij wel eens een zonde, zo ja welke?

6. En ga jij met je zonden ook naar de Heere Jezus toe? Zo ja, wat zeg je dan?

 

 

Implemented by GJdeBruijn