Zondagmiddag 9 augustus   

HC Zondag 18

Vraag 46: Wat verstaat gij daarmede: Opgevaren ten hemel?

Antwoord: Dat Christus voor de ogen Zijner jongeren van de aarde ten hemel is opgeheven (a) en dat Hij ons ten goede daar is (b), totdat Hij wederkomt om te oordelen de levenden en de doden (c).

Vraag 47: Is dan Christus niet bij ons tot aan het einde der wereld, gelijk Hij ons beloofd heeft (a)?

Antwoord: Christus is waarachtig mens en waarachtig God. Naar Zijn menselijke natuur is Hij niet meer op aarde (b) maar naar Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons (c).

Vraag 48: Maar zo de mensheid niet overal is waar de Godheid is, worden dan de twee naturen in Christus niet van elkander gescheiden?

Antwoord: Ganselijk niet; want dewijl de Godheid door niets kan ingesloten worden en overaltegenwoordig is (a) zo moet volgen dat zij wel buiten haar aangenomen mensheid is (b) en nochtans niettemin ook in haar is en persoonlijk met haar verenigd blijft.

Vraag 49: Wat nut ons de hemelvaart van Christus?

Antwoord: Ten eerste, dat Hij in den hemel voor het aangezicht Zijns Vaders onze Voorspreker is. Ten andere, dat wij ons vlees in den hemel tot een zeker pand hebben, dat Hij, als het Hoofd, ons, Zijn lidmaten, ook tot Zich zal nemen. Ten derde, dat Hij ons Zijn Geest tot een tegenpand zendt, door Wiens kracht wij zoeken wat daarboven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods, en niet wat op de aarde is.

 

Thema: “Gij voert ten hemel op, vol eer”. Jezus:

1. Vanaf de Olijfberg heengegaan

2. Toch ook op de aarde aanwezig

3. En werkzaam vanuit het Vaderhuis

 

Liturgie:

Psalm 148: 1

Psalm 148: 2

Lezen: Kolossenzen 3

Psalm 68, 9, 10

Psalm 145: 3, 4

Psalm 21: 13

 

Citaat:

“Na de dood volgt het oordeel. Maar de zaak van de Godzaligen is in alle opzichten hoopvol, want "de Heer van dat land" is hun Man, en hun Man is de Rechter: De Vader "heeft al het oordeel den Zoon gegeven" (Joh. 5:22). (…) Geen man is zo liefdevol en zo teder voor zijn bruid, als de Heere Christus is voor de Zijne.” Thomas Boston, De viervoudige staat.

 

Belijdenis: art. 26 NGB (slot):

(…) “Dezelfde apostel zegt dat wij vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus; laat ons dan toegaan, zegt hij, in volle verzekerdheid des geloofs, enz. Insgelijks: Christus heeft een onvergankelijk Priesterschap; waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. Wat ontbreekt er meer, dewijl Christus Zelf deze uitspraak doet: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven; niemand komt tot den Vader dan door Mij. Waartoe zouden wij een anderen advocaat zoeken, aangezien het God beliefd heeft ons Zijn Zoon tot een Advocaat te geven? Laat ons Hem niet verlaten, om een anderen te nemen; of veelmeer, een anderen te zoeken, zonder hem immermeer te vinden; want toen God Hem ons gegeven heeft, zo wist Hij wel dat wij zondaars waren” (…).

 

Leestip:

- Hebreen 4 (ingaan in de rust)

- Lukas 22 (voorbidding voor o.a. Petrus)

- Kolossenzen 1 (zoeken dingen die boven zijn)

 

 

Gespreksvragen:

1. De Hemelvaart heeft drie eigenschappen. De hemelvaart is a) waarlijk, b) zichtbaar en c) plaatselijk. Leg dat eens uit.

2. Waarom is het nodig om hetgeen onder 1 is genoemd te ‘geloven’?

3. Lees nog eens Handelingen 1: 11. Welke belofte wordt aan de discipelen gedaan? En wat betekent dat voor u en jou? Geeft het blijdschap of vrees?

4. Wat is de dwaling van de Luthersen als het gaat om de aanwezigheid van de Heere Jezus in Zijn menselijke natuur op aarde? Wat is het antwoord hierop van de Catechismus?

5. Leg eens uit wat er wordt bedoeld met de zinsnede dat Christus naar Zijn ‘Godheid, majesteit, genade en Geest’ bij ons blijft?

6. Wat wordt bedoeld met de volgende tekst uit Hebreeën 4 vers 14: Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zone Gods, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. Waartoe wekt de apostel ons op in de vervolgverzen 15 en 16?

7. Welke andere dwaling wordt in vraag en antwoord 48 weerlegd? Wie heeft deze dwaling naar voren gebracht?

8. Christus toont Zijn discipelen het werk van de voorbidding in Lukas 22: 31-34. Hij richt zich dan speciaal tot Petrus. Wat houdt Christus’ voorbidding  voor Petrus in?

9. Christus bidt voor het Aangezicht van de Vader. Wat betekent dat? Is de Vader dan nog steeds vertoornd zodat voorbidding nodig is?

10. Christus is niet alleen een biddende maar ook een dankende Hogepriester. Waarom?

 

Voor de kinderen:

1. De Heere Jezus heeft drie ambten. Wat zijn ambten? Antwoord: dat zijn speciale taken zoals de taak van een koning of van een burgemeester.

2. Welke drie ambten heeft de Heere Jezus? Antwoord: profe………….., prie…… en ko……………..

3. Vanaf welke berg ging de Heere Jezus naar de hemel? Antwoord: a) de Thabor, b) de Olijfberg, c) de Grebbeberg.

4. De Heere Jezus is in de hemel. Wat doet Hij daar? Antwoord: a) niets, b) bidden voor mensen op aarde, c) dat weet niemand.

5. Is de Heere Jezus met een echt lichaam in de hemel? Antwoord: ja, want Hij is met een echt lichaam opgest……….. en zo hebben de discipelen Hem naar de h……… zien g…………..

 

Implemented by GJdeBruijn