Zondagmiddag 17 januari

 

Heidelberger Catechismus: Zondag 26

Vraag 69: Hoe wordt gij in den Heiligen Doop vermaand en verzekerd dat de enige offerande van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?

Antwoord: Alzo, dat Christus dit uitwendig waterbad ingezet en daarbij toegezegd heeft, dat ik zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest van de onreinheid mijner ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben, als ik uitwendig met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewassen ben.

Vraag 70: Wat is dat, met het bloed en den Geest van Christus gewassen te zijn?

Antwoord: Het is vergeving der zonden van God uit genade te hebben om des bloeds van Christus wil, hetwelk Hij in Zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft; daarna ook, door den Heiligen Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer der zonden afsterven, en in een godzalig, onstraffelijk leven wandelen.

Vraag 71: Waar heeft ons Christus toegezegd dat Hij ons zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest wassen wil, als wij met het doopwater gewassen worden?

Antwoord: In de inzetting des Doops, welke alzo luidt: Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; Matth. 28:19. En: Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden; Mark. 16:16. Deze belofte wordt ook herhaald, waar de Schrift den Doop het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden noemt; Tit. 3:5. Hand. 22:16.

 

Thema: “Als wij gedoopt worden in de naam van de Zoon…”:

1. Gewassen in dierbaar bloed

2. Geheiligd door water en Geest

3. Gefundeerd op Gods belofte

 

Liturgie:

Psalm 103: 3, 4

Psalm 103: 5

Lezen: 1 Petrus 3

Psalm 105: 3, 4, 5

Psalm 51: 4, 5

Psalm 105: 24

HC Zondag 26

 

Leestip:

Mattheus 3 (doop door Johannes)

Openbaring 1 (gewassen in het bloed)

 

Citaat:

“Niet het teken van de Doop, maar het dierbaar bloed van Gods Zoon, Die onze Rode Zee is, is nodig. Dáár zullen wij door moeten gaan om te ontkomen aan de tirannie en farao (de duivel) en in te gaan in het geestelijk Kanaän”. Arnoldus van Rotterdam.

 

Gespreksvragen:

1. De doop onderwijst ons over het lijden van de Heere Jezus. Leg dat eens uit.

2. Volgens antwoord op vraag 69 heeft Christus een ‘toezegging’ gedaan. Wat is een toezegging en wat houdt deze toezegging in?

3. In de doop worden twee geestelijke weldaden beloofd. Welke zijn dat?

4. We kunnen de doop overschatten en onderschatten. Leg dat eens uit.

5. Lees (nogmaals) 1 Petrus 3: 20-21 en de kanttekeningen. Wat is het verband tussen de doop en de ark van Noach?

6. Op welke manier mag je pleiten op de doop? Lees hierover vraag en antwoord 71 en Psalm 81 vers 12 (ber.).  Doe je dat als ‘rechthebbende’? Zo nee, hoe dan wel?

7. Wat is de relatie tussen het sacrament van de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal? Gaat het – wat de geestelijke betekenis betreft - om precies dezelfde zaken of zijn er toch wezenlijke verschillen?

8. Bij de doop worden we verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Wat is dat eigenlijk? Maak dat eens heel concreet.

 

Voor de kinderen:

1. In het doopformulier staat dat baby’s in zo………… ont………….. en geb…………. zijn  (vul eens in).

2. Maar door het werk van G…. de V…………., G…………. de Z………… en de H………… G…………… kunnen baby’s toch zalig worden.

3. Wat is juist? Iemand wordt zalig door: a) heel goed na te denken, b) het geloof in de Heere Jezus, c) veel geld te verdienen.

4. Kees vindt het maar onzin dat baby’s worden gedoopt. Want ze snappen er toch niks van, zegt hij. Ben jij het eens met Kees?


Implemented by GJdeBruijn