Woensdagmiddag 7 november 2018  


Tekst: Markus 12: 41-44:

41 En Jezus gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin.

42 En er kwam een arme weduwe; die wierp twee kleine penningskens daarin, hetwelk is een oord.

43 En Jezus Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft dan allen die in de schatkist geworpen hebben.

44 Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar gansen leeftocht.

 

Thema: Het verschil tussen 'geven' en 'géven':

1)       Goddelijke observatie

2)       Geven uit overvloed

3)       Geven uit gebrek

 

Liturgie:

Psalm 118: 1, 3

NGB art. 13

Psalm 118: 12

Lezen: Markus 12: 28-44

Psalm 26: 1, 2, 3, 6, 7

Psalm 26: 7, 8, 10

Psalm 73: 2, 13

Psalm 87: 3, 4

 

Citaat:

"Daarom wordt ons (op zondag) verboden dat men zijn aalmoezen niet zou geven uit liefde tot en in vereniging met Christus" (…). Wie zo mag geven, krijgt 'hemelse rente'. (…) O vrienden, wat zo wordt  weggeworpen, dat staat op de meest vaste en secuurste bank. Die renten worden gegrond op de hemel, ja de zegen komt in de tijd reeds terug". Justus Vermeer, Catechismusverklaring.

 

Leestip:

Markus 14:3-9 (voetzalving)

1 Koningen 17:7-16 (weduwe van Zarfath)

2 Korinthe 8:1-5 (inzameling in Korinthe)

Psalm 65 (dankdagpsalm)

 

Gedicht: Dankdag

De laatste wagen is van ’t land gewankeld.

Het jonge volk zat lachend bovenop,

Ogen en haar van late zon doorsprankeld.

Schuddend en schokkend ging ’t het hoog heem op.

 

Wij mochten samen weer de akker bouwen:

Gij, Heer des hemels, en ik, man van de aard.

Wij minden hecht de lachende landouwen;

Wij hebben hun noch lust noch last gespaard.

 

Ik dreef het volk, Gij waart mijn harde drijver.

De handen klampten schurend om ’t gerei.

Na korte slaap vierden wij lange ijver.

En Zondags rustten wij zo zalig vrij.

 

Nu komen wij ten dank in Uw huis samen.

O Grote Bouwer, handelde ik soms slecht,

Neem hart en have en wil mij niet beschamen,

Gedenk de zonden niet van Uwen knecht.

 

Willem de Mérode

 

Gespreksvragen:

1. Jezus zat tegenover de schatkist in de tempel. Wat was de functie van de schatkist.

2. De geschiedenis over de giften van de rijken en de arme weduwe is eigenlijk de toepassing van een aantal preken die de Heere Jezus op het tempelplein heeft gehouden. Noem eens enkele thema’s die Hij aan de orde stelde. En waarom is deze geschiedenis ‘de toepassing’?

3. De Zaligmaker observeert de mensen en maakt kanttekeningen. Wat weet Hij over uw/jouw hart?

4. De rijken gaven van hun overvloed. Waarom was het wel goed dat ze ‘gaven’ deden? Waarom is het toch niet heel positief wat Jezus over hun gaven zegt?

5. Zoek eens de volgende teksten op die gaan over rijken:

-         Lukas 1: 53

-         Lukas 12: 15

-         1 Tim. 6:17

Wat wordt er over rijken gezegd en wat moeten zij doen?

6. Bij het oordeel van de Heere Jezus over de gaven van de rijken en die van de arme weduwe verwijzen de kanttekenaren naar 2 Kor. 8:12. Wat staat daar en waarom is het van toepassing?

7. Lees ook 2 Kor. 8:14 met de kanttekeningen. Wat betekent dat voor ons?

8. De hervormde ds. W.L. Tukker schrijft over de weduwe en haar gift:

"Niet verborgen dat eenvoudige kleine geld te midden van dat vele grote geld. Christus ziet het, Christus telt het, Christus weegt het. Daar is geld wat men tellen kan, er is ook geld, dat men wegen moet. De mensen tellen dat nooit. Nooit wordt het geld uit één schatkist geteld, nooit wordt er geld uit één collecte geteld of ieder graait eerst naar het grote geld. Het grootste het eerst, dan het middelgrote, dan het gewone grote, dan pas het kleine, het kleinere, dan eerst het kleinste. En alleen een goed hart zegt er bij: "Hier kan het penningske van de weduwe nog wel bij zijn". Leg dat eens uit: het verschil tussen 'tellen' en 'wegen'.

9. Op een dankdag is het goed om de Heere te erkennen voor onverdiende zegeningen. Door ons onverdiend, maar door Jezus verdiend. Leg dat eens uit.

10. Lees het citaat eens van Justus Vermeer. Wie was Justus Vermeer eigenlijk? En begrijpt u/begrijp jij het citaat? Hoe denkt u over de volgende uitspraak: "In de beurs klopt het hart"?

 

Voor de jongste kinderen:

1. De Heere Jezus zat tegenover de schatkist in de tempel. Waarom stond die schatkist daar en wat zat er in de schatkist?

2. De Heere Jezus kijkt naar de mensen die voorbij komen en geld in de schatkist werpen. Hij weet wie heel arm is en wie heel rijk is. Hoe weet Hij dat?

3. Weet de Heere ook wat jij doet, bijvoorbeeld als je stiekem geld of snoep zou pikken?

4. Henk en Dirk zijn met elkaar in gesprek over geld dat je in de collectezak doet. Henk zegt: "Het maakt niets uit of je veel of weinig geld in de collectezak doet. De Heere vindt elke gift goed". Dirk reageert hierop: "Dat is niet waar. Denk maar aan wat de Heere Jezus zegt over de arme weduwe en de twee penningen die zij gaf". Wie heeft er gelijk?

5. Er komt een weduwe voorbij. Wat is een weduwe? Zij gaf twee penningen. Hoeveel geld is dat ongeveer? Wat kon je er in de tijd van de Heere Jezus voor kopen?

6. Waarom gaf de weduwe in de ogen van God uiteindelijk veel meer dan de rijke mensen?

7. Wat wordt er met ons collectegeld gedaan?

8. Vandaag is het dankdag. We danken de Heere voor……………..? Noem eens enkele dingen waarvoor je de Heere wil danken.

 

 

Implemented by GJdeBruijn